Weblog
Een cultuuromslag in de zorg: wie wordt er beter van?
2 april 2010
Aad Koster, directeur van Actiz, de brancheorganisatie van zorgondernemers, bepleit in Trouw van 30 maart 2010 (externe link) dat er een cultuuromslag moet komen in de zorg. Instellingen, personeel en bestuur moeten zichzelf overbodig maken. Zorgvragers moeten actiever gaan werken aan herstel en zelfredzaamheid. Dat doen ze blijkbaar niet genoeg. En er moet eerder naar ondersteuning worden gezocht in eigen kring. Ook dat doen we blijkbaar niet genoeg.
Informele inzet
Al jaren richt ik me op het vrijwilligerswerk in de zorg. Het gaat meer dan 400.000 mensen die zich inzetten voor hun medemens. Ze brengen bewoners naar het restaurant, schenken koffie, helpen met eten geven, bezoeken hulpvragers thuis, gaan mee op vakantie en verlichten de taken van mantelzorgers, zodat die het langer vol kunnen houden. Maar blijkbaar is het niet genoeg. Mantelzorgers geven al jaren aan dat ze betrokken willen worden bij de zorg. Dat ze veel ervaring en deskundigheid in huis hebben als het gaat om de zorg aan hun naaste. Buren en vrienden willen wel helpen, maar weten niet hoe. Dat is dus niet genoeg.
Overgenomen door 'professionals'
De professionele zorg is mede ontstaan door de inzet van vrijwilligers. Meer en meer hebben ‘professionals’ het overgenomen. Waarom beroepskrachten ‘professionals’ heten en vrijwilligers en mantelzorgers niet is me altijd al een raadsel geweest. Blijkbaar ben je professioneel als je ervoor betaald krijgt en anders niet. Mantelzorgers zijn buitenspel gezet. Vrijwilligers tellen alleen mee als ze de werkzaamheden uitvoeren die ze opgedragen krijgen. Ze mogen niet meepraten en meedenken. De onvrede daarover is groot. Mantelzorgers en vrijwilligers geven aan dat er niet of nauwelijks naar hen geluisterd wordt. De communicatie met beroepskrachten verloopt moeizaam.
Die beroepskrachten zullen zich in de visie van ActiZ moeten terug trekken en optreden als coach en deskundige. Zal dat de communicatie verbeteren? Zal dat tot een daadwerkelijke betere samenwerking leiden, waarbij met name de cliënt gebaat is en overbelasting van mantelzorgers voorkomen wordt? Of riekt het toch sterk naar ‘het over de heg gooien’ van de zorg, terwijl de ‘professional’ op afstand zegt hoe het moet.
Samenwerking
Als we met elkaar willen dat de zorg betaalbaar blijft, dan lijkt het logisch dat vanuit de informele zorg meer gedaan wordt. Maar de weg ernaar toe vraagt naar mijn mening een ander soort cultuuromslag dan de heer Koster voorstaat. Die cultuuromslag ligt vooral bij bestuurders van managers van de (thuis)zorginstellingen die meer recht kunnen doen aan de inbreng van mantelzorgers en de inzet van vrijwilligers meer moeten erkennen in plaats van hen het gevoel te geven de zorg op hen te willen afschuiven. Woorden als ‘inzetten’ en ‘inschakelen’ passen daar slecht bij. Daadwerkelijke dienstverlening werkt beter: ‘hoe kan ik helpen’, ‘wat kan ik voor u doen’, ‘wat denkt u ervan’.
Vanuit een concept waarin de beroepsmatige zorg altijd leidend is geweest naar een concept waarin samenwerking en afstemming centraal staan, vereist (voorlopig) ondersteuning van de voorheen ondergeschikte groepen. Cliënten vinden het bijvoorbeeld niet altijd eenvoudig zelf de regie in handen te nemen. Mantelzorgers vinden het lastig hun grenzen aan te geven en hulp te zoeken. Vrijwilligers kunnen zich klem voelen komen te zitten door het claimende gedrag van de cliënt of de druk van professionals om (meer) zorg te verlenen.
Op gelijkwaardige basis
Informele zorgverleners verdienen respect en waardering, maar ook inspraak en ondersteuning. Alleen op die manier kan het zorgnetwerk groeien naar een solide samenwerkingsverband, waarin alle betrokkenen met elkaar optrekken als gelijkwaardige partners. In dit ideale model draagt ieder in het informele en formele netwerk rondom de cliënt naar vermogen en deskundigheid bij aan de zorgverlening. In geval van te zware belasting kan de ene partij (tijdelijk) een beroep doen op de ander. Die slag is aan de professionele bestuurders. Wat ze nu doen, is blijkbaar niet genoeg.
