Vrijwilligerswerk in de zorg gaat niet vanzelf

U bevindt zich hier: Home | Weblogs | Cecil Scholten | Vrijwilligerswerk in de zorg gaat niet vanzelf

Vrijwilligerswerk in de zorg gaat niet vanzelf

Frans de Jong komt als vrijwilliger sinds een paar maanden wekelijks bij Jaco van Zanten op bezoek. Frans had zich aangemeld om klusjes te doen. Met Jacob, een 40-er met niet aangeboren hersenletsel, klikte het zo goed, dat hij vaker langskwam en dat is nu vast een keer per week geworden.

Frans heeft aan zijn organisatie gevraagd of hij met Jacob op pad mag. Jacob zit in een rolstoel en gebruikt medicijnen, waarvan Frans dan ook moet leren hoe hij Jacob daarmee kan helpen. Sabine, de vrouw van Jacob, is erg blij met dit aanbod. Ze heeft haar handen vol aan de dagelijkse zorg rondom Jacob, aan hun kleine kinderen en het bijbehorende drukke huishouden.

Vrijwilligers in beeld

Mensen die ondersteuning behoeven, blijven langer thuis wonen en hebben daarbij hulp en zorg nodig. Zorg die hun naasten niet altijd (meer) kunnen of soms zelfs willen bieden. Dan komen vrijwilligers in beeld. Huisartsen, thuiszorgmedewerkers, welzijnsorganisaties en gemeenten weten vrijwilligers en hun organisaties meer en meer te vinden.

Volstaat de doorverwijzing of is er meer nodig om vrijwilligers goed te laten functioneren in deze complexere situaties? Of moeten de eisen die van toepassing zijn op de uitvoering en kwaliteit van de formele zorg ook van toepassing zijn in het domein van de informele zorg en ondersteuning?

Waar liggen de grenzen?

Bij Vilans krijgen we wekelijks vragen over waar de grenzen liggen in wat vrijwilligers, mantelzorgers, familie, buren en vrienden wel en niet mogen doen in de zorg. Uit de notitie Grenzen verleggen. Belemmeringen en mogelijkheden voor samenspel tussen informele en formele zorg* (Vilans, 2012) dat er veel mogelijk is qua uitvoering van zorghandelingen door informele ondersteuners. Bij mantelzorgers, familie en vrienden zijn zij zelf aansprakelijk. Bij vrijwilligers is de organisatie aansprakelijk.

Aansprakelijk zijn roept veel emoties op in de zorg. Er is veel angst of het wel goed gaat, zeker als het om onervaren informele ondersteuners gaat die allerlei zorghandelingen uitvoeren. Het tast in zekere zin ook de beroepseer aan: beroepskrachten hebben jarenlang voor allerlei zorghandelingen moeten leren en het kan toch niet zo zijn dat informele ondersteuners dat zomaar mogen doen.

Meer participatie

Dit soort vraagstukken horen bij de kanteling waar we midden in zitten: meer participatie van cliënten en hun informele omgeving, ook als het gaat om zorg en ondersteuning. Daar horen allerlei gevoeligheden bij en er zal ook het nodige niet goed gaan. Maar ik wil ervoor pleiten om te zien wat er wel goed gaat en wat er wel kan. Zodat we niet bij voorbaat beren op de weg plaatsen als het gaat om mensen die hun naaste willen helpen.

Laten we ervoor zorgen dat ze dat op een goede en veilige manier kunnen doen. Met kennis vanuit de formele zorg. En ook omgekeerd: met kennis vanuit de informele ondersteuners richting formele zorg. De zoektocht naar een nieuwe balans vraagt als fundament om een gelijkwaardige samenwerking tussen informele en formele zorg. Zodat vrijwilligers en ook mantelzorgers zich gehoord en gezien voelen en zich gesteund weten.

In deze nieuwe balans is er ruimte voor goede samenwerking en focus op kwetsbare situaties om calamiteiten te voorkomen. Zo kunnen Frans de Jong en Jacob van Zanten mooie uitstapjes met elkaar maken.  


*Begin januari 2016 verschijnt er een actuele versie van de notitie over grenzen verleggen in samenspel tussen informele en formele zorg binnen de kaders van de Wlz, Zvw en Wmo.

Plaats het getal '393' in onderstaand controle veld.

Facebook Twitter LinkedIn

Contact

Inschrijven nieuwsbrief

  • Mevrouw Heer

zorgbetermetvrijwilligers.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.